Het wordt stilaan
een traditie. Kort voor het einde van het jaar publiceert Wido Bourel, een uit
Kaaster (Caëstre) afkomstige Vlaamse Nederlander, een boekje met persoonlijke aantekeningen
over Frans-Vlaanderen en de Nederlanden. Hier,
en aan de overkant is net verschenen en is het derde boekje op een rij. De
vorige twee, Wintertijd in Vlaanderen
en Een erfenis zonder testament werden
vorig jaar bekroond met de dr. Snellaertprijs en Een erfenis zonder testament was ook genomineerd voor de Luc
Verbeke-prijs.
Hier, en aan de overkant is een ABCdarium “over
vreemde of bezienswaardige plekken en landschappen, merkwaardige feiten en
gewoonten, vermaarde en vergeten mensen”. De meeste van deze teksten zijn de
voorbije jaren ook al verschenen op de website van Bourel; www.widopedia.eu. Ze getuigen van een grote
belangstelling voor cultuur in het algemeen en de cultuur van de Nederlanden in
het bijzonder. Het staat vol met kleine verhalen over geschiedenis, legenden, literatuur,
enz. Maar Bourel formuleert ook rake opmerkingen over politiek en maatschappij.
Belangrijk is zijn
standpunt over het onderwijs van het Vlaams in Frans-Vlaanderen dat hij ook al
in Een erfenis zonder testament neerschreef en nu nog eens herhaalt. Hij kiest duidelijk
voor het Nederlands en heeft geen begrip voor die Frans-Vlamingen die het
Vlaams willen promoten tegen het Nederlands in. Wel heeft hij veel sympathie voor
Frans-Vlamingen die het Vlaams van hun grootouders willen leren, maar zijn
verstand kiest voor het Nederlands.
Misschien moet zijn
tekst ook eens aan de toeristische diensten uit Frans-Vlaanderen voorgelegd
worden, want die overwegen om, “op vraag van de toeristen uit België”, hun
personeel een basiscursus Vlaams te laten volgen. Welk Vlaams zal dat dan zijn?
Dat uit Frans-Vlaanderen of uit de Westhoek? Ik vrees dat die lessen dan verloren
moeite zullen zijn, want de meeste Vlamingen zullen er nauwelijks iets van
begrijpen. Graag een basiscursus standaard-Nederlands dus, dan kunnen bezoekers van de Westhoek tot in Groningen te woord gestaan worden.
Voor wie nog een cadeautje zoekt voor
Kerst of Nieuwjaar is Hier, en aan de overkant zeker een waardevolle tip.
C’est devenu une
tradition. Peu avant les fêtes de fin d’année, Wido Bourel, un néerlandophile
flamand originaire de Caëstre, publie un petit ouvrage de notes
personnelles sur la Flandre française et
les « Plats Pays » (Pays-Bas et Belgique). Hier, en aan de
overkant (Ici, et d’ l’autre côté) vient de paraître et constitue le
troisième opuscule du genre. Les deux précédents, Wintertijd in Vlaanderen (L’hiver
en Flandre française) et Een erfenis zonder testament (Un héritage sans
testament) ont été récompensés l’an dernier par le prix Ferdinand-Snellaert
et Een erfenis zonder testament a aussi été sélectionné pour le prix
Luc-Verbeke.
Hier, en aan de
overkant est un abécédaire « sur les sites ou paysages singuliers et
remarquable, sur les us et coutumes éveillant la curiosité, sur les personnages
devenus
célèbres ou tombés dans l’oubli ». La plupart de ces textes ont
également été publiés, ces dernières années, sur le site Internet de Wido
Bourel www.widopedia.eu.
Ils témoignent d’un grand intérêt de l’auteur pour la culture en général et pour
la culture des Plats Pays en particulier. C’est une succession, entre autres, de petits récits sur l’histoire, les légendes
ou la littérature, mais Wido Bourel sait aussi être très pertinent sur la
politique et la société.
Il faut souligner
son point de vue sur l’enseignement du
flamand en Flandre française, déjà donné dans Een erfenis zonder testament,
et réitéré dans son dernier ouvrage. Il prend clairement le parti du
néerlandais et ne comprend pas ces Flamands de France qui veulent promouvoir le
flamand au détriment du néerlandais. Son cœur a un faible pour les Flamands
français désireux d’apprendre la langue de
leurs grands-parents, mais sa raison penche en faveur du néerlandais.
Peut-être faut-il
aussi proposer son texte aux syndicats d’initiative de Flandre française. Les
offices de tourisme locaux veulent en effet, « pour répondre aux attentes
des touristes belges », faire suivre à leurs personnels un cours de flamand débutant. De quel flamand
s’agira-t-il ? De celui de la Flandre française ou du Westhoek
belge ? Je crains que cet apprentissage soit vain, car la plupart des
Flamands auront bien du mal à comprendre leurs interlocuteurs ainsi formés. Un
cours élémentaire de néerlandais standard serait préférable, étant donné que
tous les néerlandophones, du sud-ouest de la Belgique au nord-est des Pays-Bas,
pourraient alors comprendre les explications données dans leur langue.
Pour qui recherche un livre en néerlandais à offrir pour les étrennes,
l’ouvrage Hier, en aan de overkant est tout indiqué.