Rubrouck is een vergeten dorp dicht bij Cassel. Het lag ooit in het zuidelijkste deel van het graafschap Vlaanderen, nu in Noord-Frankrijk. Willem werd er geboren: een franciscaan die tussen 1253 en 1255 zestienduizend kilometer aflegde, soms te voet, maar vooral te paard. De Franse koning Louis IX had hem met een onduidelijke missie gestuurd. En zo vertrekt hij op 7 mei 1253 uit Constantinopel voor zijn reis naar het einde van de wereld hoewel hij dat op dat ogenblik nog niet weet, een andere wereld - alleen gewapend met geloof, innerlijke kracht, robuuste gezondheid, gezond verstand, het franciscaans ideaal, en trouw aan God en koning.
Hij is een man in de kracht van zijn jaren, tussen 35 en 45, stevig gebouwd. Zijn geloof is niet aan twijfel onderhevig. Toch zal dat hem niet beletten de wereld rondom zich nuchter te observeren en erover te berichten.
Hij zag de Grote Khan van Mongolië, maar bekeerde hem niet. Hij kwam terug met een in het Latijn geschreven reisverslag (Itinerarium) dat eeuwen lang vergeten werd, maar het relaas van Marco Polo die na hem reisde (1271-1295) ver overtreft.
Bij zijn terugkeer wijst de provinciaal van de Orde Willem een klooster aan in Akko, en geeft hem een lesopdracht. In Akko schrijft hij zijn reisverhaal in de vorm van een lange brief aan de Franse koning.
In Parijs heeft hij nog de doctor mirabilis Roger Bacon, ook Franciscaan, ontmoet met wie hij zich onderhield over zijn boek. Bacon citeert hem vaak in zijn Opus Maius: het empirisme van de Vlaming zal hem bevallen hebben.
Na het gesprek met Bacon in Parijs verdwijnt Willem uit ons gezichtsveld. Heeft hij Louis IX teruggezien, het Heilig Land? Mongolië? Het is waarschijnlijk bij die ene expeditie gebleven. Wat hadden zijn oversten voor hem nog in petto? Heeft hij zijn draai nog gevonden? Wat was het laatste beeld dat hij zag op zijn netvlies voor hij stierf?
Meer vragen dan antwoorden. Die antwoorden zijn voor de romancier.
Willy Spillebeen (Westrozebeke, 1932) heeft deze Willem tot leven gebracht in een roman, Rubroeks reizen. De romanschrijver liet mij weten dat hij meer weet over Willem dan ik: ”Rubroek heeft de zevende kruistocht meegemaakt en is samen met Lodewijk IX opgesloten geweest in Mansoera in een bibliotheek (volgens sommige niet helemaal betrouwbare bronnen); hij heeft ook de achtste kruistocht en de dood van Lodewijk meegemaakt en is gedood bij de verwoesting van Akko in 1291 (volgens mij). Dit laatste behoort meer tot de mogelijkheden dan dat hij Marco Polo in 1295 zou hebben ontmoet en dat hij gestorven zou zijn als monnik in Athos. Ik had hem wel graag getuige laten zijn bij de heiligverklaring van Lodewijk in 1297, maar dat zou me te ver van Akko hebben gebracht en ik kon het ook niet inpassen in mijn relaas.”
Dat is nu het verschil tussen geschiedschrijving en de historische roman. (Luc Devoldere)
Luc Devoldere publiceerde in het meest recente jaarboek De Franse Nederlanden-Les Pays-Bas Français een artikel over Willem van Rubroek. U kunt dit artikel hier lezen. Willy Spillebeen, Rubroeks reizen, Davidsfonds/Literair, Leuven, 2009, 408 p.
Rubrouck est un village perdu, près de Cassel. Jadis situé tout dans le sud du comté de Flandre, il se trouve aujourd'hui dans le nord de la France. Il a vu naître Willem, un franciscain qui, entre 1253 et 1255, parcourut seize mille kilomètres, en partie à pied mais surtout à cheval. Le roi de France Louis IX lui avait confié une mission relativement vague. Willem quitta Constantinople le 7 mai 1253 pour un voyage qui allait - mais il ne le savait pas encore - le mener au bout du monde, un autre monde, avec pour tout bagage sa foi, sa force intérieure, sa robuste santé, son bon sens, l'idéal franciscain et sa fidélité à Dieu et au roi. Willem est alors, entre sa 35ème et sa 45ème années, un homme dans la force de l'âge, bien bâti. Sa foi est tout aussi solide. Cela ne l'empêchera pas de jeter un regard réaliste sur le monde qui l'entoure et de rendre compte de ses observations.
En Mongolie, il a rencontré le Grand Khan, mais ne l'a pas converti. Il a ramené de son périple un récit de voyage écrit en latin (Itinerarium) qui a été oublié pendant des siècles mais dont l'intérêt dépasse de loin celui de Marco Polo, postérieur au sien (1271-1295). A son retour, Willem se voit attribuer par le provincial de l'Ordre un monastère à Saint-Jean d'Acre, avec mission d'enseigner. C'est à St-Jean d'Acre que, reprenant sa relation de voyage, il la rédigera sous forme d'une longue lettre au roi de France. A Paris, il a encore rencontré le doctor mirabilis Roger Bacon, franciscain lui aussi, avec qui il s'est entretenu de son livre. Bacon le cite à plusieurs reprises dans son Opus Maius, preuve que l'empirisme du Flamand a dû lui plaire. Nous perdons toute trace de Willem après son entrevue avec Bacon à Paris. A-t-il revu Louis IX, la Terre Sainte, la Mongolie? Il en est sans doute resté à l'unique expédition dont il nous a fait la relation. Ses supérieurs prévoyaient-ils pour lui une autre tâche? A-t-il trouvé sa place au soleil? Et quelle a été sa dernière vision sur son lit de mort? Davantage, on le voit, de questions que de réponses. Au romancier de trouver celles-ci.
Willy Spillebeen (Westrozebeke, 1932) a fait revivre notre Willem dans un roman, Rubroeks reizen. Le romancier m'a donné à comprendre qu'il en savait plus que moi sur Willem. Je le cite: ”Rubroek a pris part à la septième croisade et s'est trouvé - selon des sources pas totalement fiables - séquestré en compagnie de Louis IX dans une bibliothèque à Mansourah ; il a également participé à la huitième croisade et vu mourir saint Louis avant d'être lui-même tué lors de la prise de St-Jean d'Acre en 1291 (c'est du moins l'avis du romancier). Ceci est plus vraisemblable que la version suivant laquelle il aurait rencontré Marco Polo en 1295 et aurait achevé sa vie comme moine au mont Athos. J'avoue que j'aurais aimé faire de lui le témoin de la canonisation de Louis en 1297, mais cela m'aurait entraîné trop loin de St-Jean d'Acre et il ne m'était pas possible d'incorporer un tel épisode dans mon récit.” C'est là toute la différence entre le travail de l'historien et le roman historique. (Luc Devoldere)
Luc Devoldere a publié dans les dernières annales De Franse Nederlanden-Les Pays-Bas Français un article sur Willem van Rubroek que vous pouvez découvrir ici même.
Willy Spillebeen, Rubroeks reizen, Davidsfonds/Literair, Leuven, 2009, 408 p.