Je suis souvent allé à Watou. A ses étés de la poésie. Un vrai plaisir. Souvenirs d'un été autour de Hugo Claus, en 1994: très présent, et imposant, par la sonorité de sa voix, par sa silhouette sur de multiples écrans, et par la concision de ses poèmes. Souvenirs de merveilles créées par Jan Fabre: mille sachets de thé, réfléchies dans une eau sombre. Souvenirs des poèmes de Lut de Block, de Gerrit Komrij, de Rutger Kopland, et de pleins d'autres. Souvenirs de Panamarenko. Souvenirs d'une fenêtre avec un texte d'Eddy van Vliet. Souvenirs d'un fauteuil qui me perdait avec un bruit de tonnerre. Souvenirs surtout de sérendipité. Souvenirs de soleils éclatants comme de nuages sombres, de champs de maïs comme du Mont des Cats. Souvenirs de vide et d'ennui estival comme d'accueil et d'hospitalité dans les modestes maisons.
Parfois, pourtant, j'ai senti comme de l'usure; le souvenir devenait plus fort que l'expérience. Alors, l'année dernière, 2008, j'ai choisi de "sauter un été": rater Watou 2008 pour mieux goûter 2009. Pour Gwij Mandelinck – l'homme qui a fait Watou – mon abandon doit avoir suffi pour le convaincre d'arrêter. Vingt-huit éditions: un beau bilan. Déception. Quand-même: Mandelinck a déjà 72 ans. Il veut aller vivre en ville (Bruges, une ville). Il y organisera un nouveau festival de poésie. Mais Watou a su lui trouver de dignes successeurs, et poursuit ses étés: "Watou 2009 – entre langage et image – recueil d'histoires". La poésie y est certes moins présente. Les arts plastiques d'autant plus. Avec une nouvelle livraison d'artistes, et avec pas mal de créations. Vaut le voyage. Jusqu'au 6 septembre, chaque jour. (Dans toute la mesure du possible, choisissez une journée ensoleillée. Pas seulement pour l'air torride dans le village, mais surtout pour la luminosité. La lumière domine Watou 2009, surtout au "Blauwhuis". Ne ratez pas le soleil entre les tuiles.) (Jef Van Staeyen, Lille) (Photos Watou, 4 août 2009)
Bijna jaarlijks ben ik naar Watou gegaan, naar de poëziezomers aldaar. Heel vaak heel veel van genoten. Herinneringen aan een poëziezomer met heel veel Claus (in 1994, virtueel, maar heel aanwezig), aan een betoverend werk van Fabre met theezakjes, aan Panamarenko, aan gedichten van Lut de Block, Gerrit Komrij, Rutger Kopland…, aan de "zetel waarin je verdwijnt", aan serendipiteit, aan een venster met een gedicht van Eddy van Vliet, aan landerigheid en huiselijkheid. Aan zon en donkere wolken. Aan de Katsberg en aan akkers.
Toch kwam er soms wat sleet op het ervaren. Dan was de herinnering te sterk voor het actuele beleven. Vorig jaar, 2008, dacht ik maar 's een jaartje over te slaan. Voor Gwij Mandelinck – de stuwende kracht achter de zomers – was mijn verzaken blijkbaar reden genoeg om er na 28 edities ook mee te stoppen. Ontgoocheling. Nu ja, Mandelinck is al 72, en wil in de stad gaan wonen (Brugge, een stad), en daar meteen ook een nieuw poëzie-evenement organiseren. Watou heeft echter waardige opvolgers voor Mandelinck gevonden, en zijn zomers voortgezet. "Watou 2009 – tussen taal en beeld – verzamelde verhalen" heet het nu. Poëzie is minder aanwezig. Beeldende kunst des te meer. Met een nieuwe lichting kunstenaars, en met veel creaties. Een aanrader. Nog tot 6 september, elke dag.
(Als het even kan, kies een zonnige dag. Niet alleen om de trillende hitte in het dorp, maar ook om het licht. Licht is een belangrijk onderdeel van het project, vooral in het blauwhuis. En licht dat door de pannen dringt hoort daarbij.) (Jef Van Staeyen, Rijsel) (Foto's Watou 4 augustus 2009)