J. DEWILDE, Godenscherming over Ieper. Ieper gezien door de fotografen Léontine, Maurice en Robert Antony 1893-1930. – Ieper: Stad Ieper, dienst Stedelijke Musea en Erfgoedcel, 2007.- 240 p. : ill. - ISBN 9789076991115
Het is niet de eerste keer dat er een boek verschijnt over het werk van de fotografenfamilie Antony uit Ieper. Zij zijn vooral bekend omdat zij de dramatische gevolgen van de Eerste Wereldoorlog voor Ieper haarfijn op foto hebben vastgelegd. De Stedelijke Musea van Ieper verzamelen sinds lang de foto’s van deze fotografen en hebben op die manier een aanzienlijk fonds met honderden afbeeldingen bijeengebracht. Uniek is dat in deze publicatie voor het eerst ook tien kleurenfoto’s (autochromen) uit 1913 zijn afgedrukt. Het gaat o.a. om negen stadsgezichten van Ieper, de oudst bekende in kleur totnogtoe.
Het boek geeft eerst een biografische schets van de drie besproken fotografen: de moeder Léontine Antony-Permeke, een tante van de bekende schilder Constant Permeke, en haar twee zonen Maurice en Robert. Léontine was de eerste vrouwelijke fotograaf in Ieper en startte met een fotografiehandel. Het bedrijf kende succes en nadat de zonen in de zaak kwamen, werden filialen opgericht o.a. in Belle (Bailleul) en Hazebroek (Hazebrouck). De opmars van de zaak werd echter door de oorlog brutaal afgebroken. De Antony’s vluchtten, zoals de meeste inwoners, uit Ieper weg in de richting van Noord-Frankrijk. Na de wapenstilstand vestigden ze zich in Oostende. Tijdens de oorlog komt vooral Robert regelmatig naar Ieper terug en maakte er aangrijpende foto’s van de verwoeste stad. Zijn broer schilderde deze foto’s soms in, waardoor hun dramatisch karakter nog toenam. De Antony’s waren overigens zeer goede zakenmensen, die hun foto’s wisten te slijten aan belangrijke kranten en tijdschriften in binnen- en buitenland, maar bv. ook aan uitgeverijen van prentkaarten. Overigens profiteren hun nazaten hier tot op vandaag nog van, want nog tot 2036 rusten er reproductierechten op deze foto’s.
Het boek biedt een ruim overzicht van het werk van de familie. De foto’s zijn chronologisch geordend, van 1893 tot 1930. Ze tonen eerst het vooroorlogse Ieper, een ingedommelde provinciestad. Waarna een reeks indrukwekkende oorlogsfoto’s volgt, met als meest aangrijpende een uit januari 1919, waarop het silhouet te zien is van een totaal vernielde lakenhalle. Ten slotte is in het laatste gedeelte van het album de heropbouw van de stad op foto vastgelegd. Het boek sluit af met een Engelse en Franse vertaling van de biografische schets. (Dirk Van Assche)
J. DEWILDE, Godenschemering over Ieper. Ieper gezien door de fotografen Léontine, Maurice en Robert Antony (1893-1930).– Ieper: Stad Ieper, dienst Stedelijke Musea en Erfgoedcel, 2007.- 240 p. : ill. - ISBN 9789076991115
Ce n’est pas la première fois qu’un ouvrage est consacré à la famille de photographes yprois Antony. Celle-ci est surtout connue pour avoir immortalisé les conséquences dramatiques pour la ville, de la Première Guerre mondiale. Les Musées municipaux d’Ypres (Stedelijke Musea van Ieper) collectent depuis longtemps les clichés de ces photographes et ont ainsi constitué un fonds considérable, qui comporte des centaines de photos. Mais ce livre innove en reproduisant dix autochromes (photographies en couleur) de 1913. Il s’agit entre autres de 9 vues de la ville d’Ypres, les plus anciennes en couleurs connues à ce jour.
L’ouvrage (Crépuscule des dieux sur Ypres. Ypres vu par les photographes Léontine, Maurice et Robert Antony (1893-1930)) dresse tout d’abord une esquisse biographique des trois photographes : Léontine Antony-Permeke, la mère, qui était aussi la tante du célèbre peintre Constant Permeke, et ses deux fils, Maurice et Robert. Léontine fut la première femme photographe d’Ypres et ouvrit un commerce de photographie. Ce fut un succès et quand ses fils vinrent travailler avec elle, des filiales furent créées, notamment à Bailleul et à Hazebrouck. Mais la guerre mit fin de facon brutale à l’essor de l’entreprise. Les Antony s’exilèrent, comme la plupart des habitants, et vinrent dans le nord de la France. Après l’armistice, ils s’établirent à Ostende. Durant les hostilités, Robert en particulier revint régulièrement à Ypres prendre des photographies saisissantes de la ville dévastée. Son frère retouchait parfois au pinceau ces clichés, ce qui en accentuait le caractère dramatique. Les Antony avaient par ailleurs le sens du commerce et savaient vendre leurs prises de vues aux journaux et revues de renom en Belgique et à l’étranger ainsi qu’aux éditeurs de cartes postales, par exemple. Leurs héritiers en profitent encore, car ces photographies sont soumises à des droits de reproduction jusqu’en 2036.
L’ouvrage offre un large apercu de l’œuvre familiale. Les photographies sont présentées dans l’ordre chronologique, de 1893 à 1930. Elles montrent tout d’abord l’Ypres d’avant-guerre, une ville de province assoupie. Puis suit une série de vues de guerre impressionnantes, la plus poignante étant un cliché de la Halle aux draps en ruines. La dernière partie des photographies est consacrée à la reconstruction de la ville. L’ouvrage se termine par une traduction en anglais et en francais de l’esquisse biographique. (Dirk Van Assche)