« Le Monde » se penche sur les régionales du Nord-Pas-de-Calais - Le Monde over de regionale verkiezingen in Nord-Pas-de-Calais

by dfnlpbf 5. februari 2010 13:18
 A l’occasion des élections régionales françaises, qui auront lieu les 14 et 21 mars prochains, le quotidien Le Monde a publié ce mercredi 3 février un dossier sur le Nord-Pas-de-Calais. Comme à l’habitude, le match dans la région se joue entre le PS, au pouvoir depuis les premières élections régionales, en 1986, et l’UMP, le parti du président Sarkozy. L’actuel président du Conseil régional, Daniel Percheron, est maintenant tête de liste du PS, mais dans le département du Nord son successeur probable, Pierre de Saintignon, le bras droit de Martine Aubry à Lille Rijsel, se tient déjà prêt. Selon Le Monde,  il existerait un accord pour que Daniel Percheron conserve la présidence du Conseil régional jusqu’en 2014 et que Pierre de Saintignon lui succède. La candidate de l’UMP est l’actuelle secrétaire d’Etat chargée des technologies vertes, Valérie Létard. On attend également de voir le score de Marine Le Pen, du Front National.

Le dossier s’intéresse par ailleurs à la position « géostratégique » de la région et aux efforts déployés pour la coopération avec les régions voisines. Le Nord-Pas-de-Calais accomplit aussi un grand travail dans le secteur culturel. Pour le budget 2010 de la région, la culture représentera 102 millions d’euros sur un total d’environ 1,5 milliards d’euros. L’antenne du Musée du Louvre à Lens, qui mobilise actuellement toutes les énergies, constitue évidemment le fleuron de cette politique culturelle. Louvre-Lens devrait ouvrir ses portes fin 2012. A l’issue du second tour de scrutin, le 21 mars, nous connaîtrons le nom des 113 élus du Conseil régional. Presque tout le monde s’attend à ce que le PS conserve la majorité.

Naar aanleiding van de Franse regionale verkiezingen, die worden gehouden op 14 en 21 maart as., publiceerde de krant Le Monde op woensdag 3 februari jl. een dossier over de regio Nord-Pas-de-Calais. Zoals gewoonlijk gaat de strijd in deze regio tussen de PS, die al sinds de eerste regionale verkiezingen in 1986 aan de macht is en de UMP, de partij van president Sarkozy. De huidige voorzitter van de Conseil régional, Daniel Percheron is ook nu het kopstuk van de PS, maar in het departement Nord staat zijn vermoedelijke opvolger, Pierre de Saintignon, rechterhand van M. Aubry in Rijsel, al klaar. Volgens Le Monde zou er een afspraak zijn dat Percheron tot 2014 de Conseil régional zal leiden en dat hij daarna opgevolgd wordt door De Saintignon. De kandidaat van de UMP is de huidige staatsecretaris voor groene technologie, Valérie Létard. Er wordt ook met spanning gekeken naar het resultaat van Marine Le Pen van het Front National.

In het dossier wordt ook de “geostrategische” positie van de regio uiteengezet en de inspanningen die er gebeuren om samen te werken met de aangrenzende regio’s. De regio levert ook grote inspanningen op cultureel vlak. In de begroting van 2010 wordt 102 miljoen euro voorzien voor cultuur op een totaal van ongeveer 1,5 miljard euro. Louvre-Lens, de antenne van het Louvre waaraan op dit ogenblik volop gewerkt wordt, is uiteraard het paradepaardje van deze cultuurpolitiek. Louvre-Lens zou eind 2012 geopend moeten worden.Na de tweede ronde op 21 maart zullen we weten wie de 113 verkozenen van de Conseil régional zullen zijn. Algemeen wordt verwacht dat de PS zijn meerderheid zal behouden.

De internationale contacten van de KULAK - Les contacts internationaux du KULAK

by dfnlpbf 29. januari 2010 15:09

In het recentste nummer van de Campuskrant, het maandelijks tijdschrift van de Universiteit van Leuven, wordt ruime aandacht besteed aan de campus van deze universiteit in Kortrijk, de KULAK. Professoren, studenten en alumni geven hun kijk. De kleinschaligheid, de goede studentenbegeleiding en ook de nabijheid van de Franse grens worden vaak als troeven aangehaald: Kortrijk is “een campus met veel buitenland”.

Vooral met verschillende universitaire instelling in het Rijselse heeft de KULAK een stevig band. Zo zijn er verschillende faculteiten die Interregprojecten hebben met instellingen van over de grens. De Subfaculteit Rechtsgeleerdheid en de Université Lille II Droit et Santé bijvoorbeeld hebben in 2009 samen met de Kamer van Koophandel van West-Vlaanderen en de Chambre de Commerce Franco-Belge du Nord de la France een project opgestart. Een ander voorbeeld van grensoverschrijdende samenwerking biedt Franel, een project waarmee Fransen Nederlands kunnen leren en omgekeerd. Het ontstond uit de samenwerking van de Letterenfaculteiten van Kortrijk en de Université Charles-de-Gaulle samen met enkele regionale televisiezenders. De Faculteit Economie heeft ook een uitwisselingsproject met het Institut d’Economie Scientifique et de Gestion van de CATO. Hieruit blijkt dat de KULAK dankbaar gebruik maakt van zijn geografische ligging.

Le dernier numéro du Campuskrant (Journal du Campus), le mensuel de l’Université catholique flamande de Louvain (KUL), est largement consacré au KULAK, le campus de cette université à Courtrai. Professeurs, étudiants et anciens étudiants donnent leur point de vue. La taille humaine de la structure, le bon accueil des étudiants et la proximité de la frontière française représentent autant d’atouts qui sont mis en exergue : « Courtrai, un « campus très ouvert sur l’international ». Le KULAK entretient en effet des liens étroits avec des universités de la région lilloise. Différentes facultés courtraisiennes travaillent sur des projets Interreg avec des établissements situés de l’autre côté de la frontière. Le Département de droit et l’Université Lille II Droit et Santé, par exemple, ont lancé ensemble un projet  en 2009 avec la Chambre de commerce de Flandre-Occidentale et la Chambre de commerce franco-belge du nord de la France. Un autre exemple de la coopération transfrontalière est le projet Franel, qui permet aux francophones d’apprendre le néerlandais et aux néerlandophones le français. Cette initiative  est née de la coopération entre la Faculté des lettres de Courtrai, celle de l’Université Charles-de-Gaulle et des chaînes de télévision régionales. La Faculté d’économie mène aussi un projet d’échange avec l’Institut d’économie scientifique et de gestion (IESEG) de l’Université catholique de Lille. Le  KULAK profite ainsi de sa situation géographique.  

 

Gedichtendag 2010 - Journée de la poésie 2010

by dfnlpbf 28. januari 2010 10:47

Que faire?

Op een middag verscheen hij in de stad,
het gezicht bleek, de jas versleten,
als teruggekeerd uit het graf.

Wij stonden opzij, wat verlegen,,
bang dat hij opnieuw zou gaan preken.
Wij hadden een baan en weinig tijd,

maar waren zijn leerling geweest,
lang geleden. Dus, bang voor verraad,
sloegen wij hem op de schouder

en konden nog altijd de bijbel
citeren en spraken nog altijd de taal
van de opstand, het groot ideaal.

(Alsof hij nooit dood was gegaan.)

En tikten met spijtige vingers
op onze horloges, opgelucht
dat hij zweeg, ons nauwelijks herkende.

's Avonds in de kroeg, de hele bende.
Peter bootste hem na (goddelijk!):
"voorwaar, voorwaar..."

Het werd laat,
de zon kwam al op.
Een van ons imiteerde een haan.

Charles Ducal
Uit In inkt gewassen (2006).

Gedichtendag is hét poëziefeest van Nederland en Vlaanderen. Vandaag staat de poëzie al voor de elfde keer centraal. Kranten, tijdschriften, het internet, radio en televisie gonzen die dag iets poëtischer. Honderden scholen, bibliotheken, boekhandels, bedrijven en particulieren organiseren allerlei activiteiten: voordrachten, lezingen, tentoonstellingen, poëziewandelingen, schrijfwedstrijden... Charles Ducal, dichter van het bovenstaande gedicht, schreef speciaal voor deze gelegenheid een gedichtenessay Alle poëzie dateert van vandaag. In het nummer 1/2010 van het tijdschrift Ons Erfdeel, dat op 3 februari verschijnt, vindt u een recensie over dit essay en ook over de twee vorige gedichtenessays. De Friese dichter Tsjêbbe Hettinga schreef in het Nederlands en het Fries de gedichtendagbundel Aan schor en Stad Niks voorbij/Oan leech en Stêd Niks foarby.

Het gedicht Que faire? van Charles Ducal verscheen in de bundel In inkt gewassen (2006). Het werd in opdracht van het tijdschrift Septentrion door Marnix Vincent in het Frans vertaald. Deze vertaling verscheen in Septentrion 1/2007, in de reeks Le dernier cru, een keuze die Jozef Deleu speciaal voor Septentrion maakt uit recent verschenen Nederlandstalige poëzie.

Que faire?

Par une après-midi il apparut en ville,
le visage blême, la veste élimée,
comme resurgi de la tombe.

Nous nous tenions en retrait, plutôt embarrassés,
craignant qu'il ne se remette à prêcher.
Nous avions un emploi et peu de temps,

mais nous avions été ses disciples, bien
auparavant. Donc, craignant la trahison,
nous lui donnâmes une tape sur l'épaule,

toujours capables de citer la Bible
et de parler la langue
de la révolte, le grand idéal.

(Comme s'il n'était jamais trépassé.)

Et tapotâmes avec des doigts désolés
nos montres, soulagés parce qu'il restait
muet, nous reconnaissait à peine.

Le soir au bistrot, toute la bande.
Peter l'imita (sublime!):
en vérité, en vérité...

II se faisait tard,
le soleil se levait déjà.
L'un de nous imita un coq.

Charles Ducal
Traduit du néerlandais par Marnix Vincent.

Le Gedichtendag (Journée de la poésie) est la fête de la poésie par excellence en Flandre et aux Pays-Bas. Aujourd’hui, la poésie se retrouve pour la onzième au centre de l’attention médiatique. Journaux, magazines, revues, Internet, radio et télévision donnent à cette journée des accents plus poétiques. Des centaines d’établissements scolaires, de bibliothèques, de librairies, d’entreprises et d’associations de particuliers organisent toutes sortes de manifestations : récitals, conférences, expositions, promenades poétiques, concours d’écriture... Charles Ducal, auteur du poème ci-dessus, a écrit spécialement pour l’occasion un essai poétique intitulé Alle poëzie dateert van vandaag (Toute la poésie date d’aujourd’hui). Le numéro 1/2010 de la revue Ons Erfdeel, qui paraîtra le 3 février prochain, donne un compte rendu de cet essai et des deux autres essais poétiques antérieurs de l’écrivain. Le poète frison Tsjêbbe Hettinga a écrit en néerlandais et en frison le recueil de la Journée de la poésie intitulé Aan schor en Stad Niks voorbij / Oan leech en Stêd Niks foarby (Sur la vase et la ville rien ne passe). Le poème Que faire? de Charles Ducal est paru dans son recueil In inkt gewassen (2006, Lavé à l’encre). Il a été traduit en français par Marnix Vincent, à la demande de la revue Septentrion. Cette traduction est parue dans Septentrion 1/2007, dans la chronique Le dernier cru, une sélection de poèmes récents en langue néerlandaise effectuée spécialement par Jozef Deleu pour Septentrion.

 

Fermeture très prochaine de la Raffinerie des Flandres ? - Sluiting van de Raffinerie des Flandres in zicht?

by dfnlpbf 26. januari 2010 14:22

Tout se passe comme si les conséquences désastreuses de la crise économique de ne se faisaient véritablement sentir que maintenant. En Flandre, la fermeture de l’usine Opel à Anvers a été annoncée la semaine dernière, menaçant l’emploi de milliers de personnes. Dans la région de Dunkerque, un nouveau drame risque de se dérouler la semaine prochaine. Le sort de la Raffinerie des Flandres à Mardyck fait l’objet de nouvelles alarmantes depuis des semaines. A la mi-septembre la raffinerie a été mise « en arrêt conjoncturel ». Lundi prochain, Total, propriétaire du site, a convoqué un comité central d’entreprise extraordinaire qui doit se prononcer sur l’avenir de la raffinerie à Mardyck. Selon le quotidien économique La Tribune, le site sera fermé. Le quotidien indique que le site sera transformé en dépôt de carburant et ne pourra employer plus de 50 salariés.

Ce serait un coup dur pour la région de Dunkerque, déjà touchée par la fermeture de Rexam, spécialisée dans la fabrication de cannettes, à Gravelines et la réduction spectaculaire de l’activité d’Arcelor-Mittal. La Raffinerie des Flandres est le onzième employeur de l’agglomération dunkerquoise. L’emploi de 760 personnes est menacé (360 directement et 400 chez les sous-traitants). Ce serait également un choc pour le port. La Raffinerie des Flandres a été la dernière raffinerie construite en France. Mise en production en 1974, elle a traité près de 7 millions de pétrole brut par an,  30 % de la production étant destiné à l’export. La raffinerie occupe deux sites dans le port, l’un à Mardyck et l’autre à Gravelines.

Le 12 janvier, les salariés de la Raffinerie des Flandres se sont mis en grève. Il ne fait aucun doute qu’ils sont déterminés à maintenir leur action jusqu’au lundi 1er février. 

 

Het lijkt erop dat de desastreuze gevolgen van de economische crisis zich nu pas ten volle laten voelen. In Vlaanderen werd vorige week besloten om de Opel-fabriek in Antwerpen te sluiten, waardoor duizenden mensen met werkloosheid bedreigd worden. In de regio van Duinkerke (Dunkerque) kondigt zich volgende week een nieuw drama aan. Al vele weken doen onheilsspellende berichten de ronde over de Raffinerie des Flandres in Mardyck. Half september stopte zij tijdelijk haar productie omwille van de situatie op de markt. Maandag houdt Total, de eigenaar van de raffinaderij, in Parijs een bijzondere ondernemersraad waarop een beslissing i.v.m. de toekomst van de raffinaderij in Mardyck aangekondigd zal worden. Volgens het economisch dagblad La Tribune zal de fabriek gesloten worden. Volgens het dagblad zal de raffinaderij omgevormd worden tot een brandstoffendepot waar nog plaats is voor maximaal 50 arbeiders.

Voor de agglomeratie van Duinkerke, die al getroffen werd door de sluiting van het verpakkingsbedrijf Rexam in Grevelingen (Gravelines) en de drastische vermindering van de activiteiten bij Arcelor-Mittal, zou dit een zware slag zijn. De Raffinerie des Flandres is de elfde grootste werkgever van de agglomeratie. Het werk van 760 mensen is bedreigd (360 rechtstreeks en 400 bij onderaannemers). Ook voor de haven zou dit een schok zijn. Raffinerie des Flandres was de laatste raffinaderij die in Frankrijk gebouwd werd. Zij startte haar productie in 1974. Jaarlijks wordt er bijna 7 miljoen ton ruwe olie verwerkt. 30% van de productie is bestemd voor de export. De raffinaderie beschikt in de haven over twee grote terreinen, een in Mardyck en een in Grevelingen (Gravelines).

Op 12 januari gingen de arbeiders van Raffinerie des Flandres in staking. Zij zullen deze actie zeker verder zetten tot maandag 1 februari.

 

Nordway: régional et transfrontalier - Nordway: regionaal & grensoverschrijdend

by dfnlpbf 24. januari 2010 20:08

 

Début décembre 2009, le groupe de presse La Voix du Nord a lancé le premier numéro de Nordway, un « mensuel régional et urbain » destiné aux actifs urbains de trente ans et plus, soit environ 1,3 million de personnes dans la région. Ce magazine est tiré au départ à 20.000 exemplaires et doit se vendre régulièrement, selon les prévisions, à 10.000 numéros par mois. Le prix de lancement a été fixé à 3 euros (pour passer plus tard à 4,3 euros). Il veut surtout toucher les lecteurs potentiels qui, en ces temps d’Internet, n’achètent plus de quotidien.Cette publication généraliste et abondamment illustrée s’intéresse à l’actualité de nombreux domaines tels que la politique, la culture, l’économie, l’environnement, la technologie et le sport. Nordway se veut « sérieux, mais qui ne se prend pas au sérieux ». « Découvrir, décrypter et divertir » constituent les piliers du nouveau concept de ce magazine. Les points forts de chaque édition doivent être une information de fond sur les grandes décisions d’intérêt  régional, des portraits décalés, des interviews de talents régionaux et des actualités concernant l’Europe du Nord « jusqu’à trois heures de train autour de Lille ». La Haye, Rotterdam, Bruxelles, Londres et Paris sont situés à l’intérieur de cette zone. Le deuxième numéro (janvier 2010) contient, entre autres, un entretien passionnant avec l’actrice belge Yolande Moreau, qui a obtenu en 2009 un César pour son interprétation dans le film français largement primé Séraphine, mais qui avait aussi remporté le César de la meilleure actrice pour son rôle dans son propre film, attachant, Quand la mer monte, dont l’action se déroule principalement en Flandre française. Par ailleurs, le magazine offre ce mois-ci un article intéressant sur le CHRU de Lille ainsi qu’un portrait de Gérard Mulliez, fondateur du groupe Auchan. Avec cette nouvelle publication, le groupe de presse lillois, qui édite déjà les quotidiens La Voix du Nord, Nord Eclair, Nord Littoral et Le Courrier Picard, veut poursuivre sa diversification après le lancement de la chaîne de télévision régionale Wéo en avril 2009, en partenariat avec le Conseil régional. (Texte : Dirk Verbeke) www.nordwaymagazine.comwww.weo.fr

Begin december 2009 lanceerde de persgroep La Voix du Nord het eerste nummer van NORDWAY – “le mensuel régional et urbain -  een regionaal maandblad van 64 bladzijden voor actieve stedelingen van boven de dertig, een doelgroep van toch om en bij de 1,3 miljoen mensen in de regio. De beginoplage bedraagt 20.000 exemplaren en er wordt gemikt op een geregelde verkoop van 10.000 nummers per maand. De lanceerprijs is momenteel 3 euro (later wordt dat 4,3 euro). Het wil vooral ook potentiële lezers bereiken die in deze internettijden geen dagblad meer kopen. De generalistische en rijk geïllustreerde publicatie schenkt aandacht aan allerlei actuele thema’s i.v.m. politiek, cultuur, economie, milieu, wetenschap en technologie, sport, etc… “Ernstig, maar zonder zichzelf al te ernstig te nemen” is de slogan. “Ontdekken, ontcijferen, ontspannen” vormen de pijlers van het nieuwe concept. Sterke punten van elke editie moeten zijn: achtergrondinformatie bij grote beslissingen op regionaal vlak, indringende portretten, interviews met regionale talenten, en informatie over wat zich afspeelt in Noord-Europa, op maximum drie uur treinen ten noorden of ten zuiden van Rijsel. Den Haag, Rotterdam, Brussel, Londen, Parijs liggen binnen die zone.

Het tweede nummer (januari 2010) bevat o.m. een bijzonder lezenswaardig interview met de Belgische actrice Yolande Moreau, die in 2009 een César won voor haar vertolking in de veelvuldig bekroonde Franse film Séraphine. Maar eerder won zij al een César voor Beste Actrice voor haar rol als de comédienne Irène  in haar eigen innemende filmproductie Quand la mer monte, die zich vooral in Frans-Vlaanderen afspeelt. Voorts is er o.m. een interessante bijdrage over de Rijselse topkliniek CHRU en een portret van Gérard Mulliez, stichter van de groep Auchan.

Met deze nieuwe publicatie wil de Rijselse persgroep die de dagbladen La Voix du Nord, Nord Eclair, Nord Littoral en Le Courrier Picard uitgeeft, nog verder diversifiëren na de lancering van het regionale televisiestation Wéo in april 2009, in samenwerking met de Conseil régional. (Tekst: Dirk Verbeke)
www.nordwaymagazine.com

www.weo.fr

Paul Breyne krijgt een nieuw mandaat als coördinator van de grensoverschrijdende samenwerking - Paul Breyne se voit confier un nouveau mandat de coordinateur de la coopération transfrontalière

by dfnlpbf 19. januari 2010 21:26
Paul Breyne, gouverneur van de provincie West-Vlaanderen, kreeg van de Vlaamse regering een nieuw mandaat  als coördinator van de grensoverschrijdende samenwerking met Noord-Frankrijk. Dit tweede mandaat loopt tot 2012 wanneer de gouverneur de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. De regering motiveert haar beslissing door te verwijzen naar de rol die de gouverneur heeft gespeeld bij de totstandkoming van de Eurometropool Lille-Kortrijk-Tourcoing en de EGTS West-Vlaanderen/Flandre-Dunkerque-Côte d’Opale. De Vlaamse regering wil met de verlenging van dit mandaat de continuïteit van de grensoverschrijdende samenwerking garanderen.  In deze functie zal  Paul Breyne de Vlaamse overheid vertegenwoordigen in de beheersorganen van beide samenwerkingsverbanden. Paul Breyne is een kritische “believer” van de grensoverschrijdende samenwerking. Dat bleek op 5 december nog uit een toespraak die hij hield bij een feestviering in Kortrijk. Hij wees erop dat de Eurometropool een experiment is dat ingaat tegen drie eeuwen van gescheiden natievorming. Veel energie wordt volgens hem gestoken in het uitbouwen van een nieuwe juridische structuur, wat een hoop administratieve verplichtingen met zich mee brengt. Dat is des te moeilijker omdat men met twee verschillende rechtssystemen werkt. In deze administratieve mallemolen wordt er nog amper over inhoud gesproken, zegt de gouverneur. Een EGTS is volgens hem vooral geschikt voor het uitvoeren van een technische opdracht, terwijl de Eurometropool vooral een politiek overlegorgaan is. Ten slotte stelt de gouverneur ook vast dat de aanwezigheid van de hogere overheden in het bestuur van de Eurometropool de zaken niet vereenvoudigt. De vrijheid om standpunten in te nemen en te lobbyen wordt hierdoor volgens hem sterk beperkt. Toch blijft gouverneur Breyne het belang van de samenwerking inzien en aanprijzen. Samenwerken met de Rijselse agglomeratie, zegt hij, geeft aan de Vlaamse partner toegang tot verschillende voorzieningen van internationaal niveau.

 Le Gouvernement flamand a confié à Paul Breyne, gouverneur de la province de Flandre-Occidentale, un  nouveau mandat de coordinateur de la coopération transfrontalière avec le Nord-Pas-de-Calais. Ce second mandat vient à échéance en 2012, lorsque le gouverneur atteindra l’âge de la retraite. Le Gouvernement flamand motive sa décision en rappelant le rôle joué par le gouverneur dans la création de l’Eurométropole Lille-Kortrijk-Tourcoing et du GECT West-Vlaanderen/Flandre-Dunkerque-Côte d’Opale. Il entend par la prolongation de ce mandat assurer la continuité de la coopération transfrontalière.  Dans cette fonction, Paul Breyne représentera l’Autorité flamande au sein des organes de direction des deux groupements européens de coordination territoriale. Paul Breyne est un « partisan » critique de la coopération transfrontalière. Comme en témoigne son discours du 5 décembre dernier  à l’occasion de festivités à Courtrai. Dans ce discours, le gouverneur a rappelé que l’Eurométropole était une expérimentation qui allait à l’encontre de la formation pendant trois siècles de nations distinctes. On a mis beaucoup d’énergie à élaborer une structure juridique, laquelle entraîne d’innombrables engagements administratifs. La tâche est d’autant plus ardue que le travail s’effectue en présence de deux systèmes juridiques différents. Dans ce manège administratif, déclare le gouverneur, il ne reste plus guère de place pour parler du contenu. Selon lui, un GECT sert avant tout à remplir une mission technique alors que l’Eurométropole est un organe de concertation politique. Enfin, le gouverneur est amené à constater que la présence des Etats dans l’administration de l’Eurométropole ne facilite pas les choses. Elle limite même fortement a liberté de prendre position et d’user de son influence, estime-t-il. Pour autant, le gouverneur Breyne comprend et apprécie l’intérêt de cette coopération. Coopérer avec l’agglomération lilloise, dit-il, donne au partenaire flamand accès à différentes infrastructures de niveau international.

Une histoire partagée - Een gedeelde geschiedenis

by dfnlpbf 5. januari 2010 12:54

Jean-Pierre Popelier, lui-même Français de souche flamande, raconte dans une cinquantaine de pages l’histoire de l’immigration des Belges dans le Nord. Il évoque d’abord rapidement l’histoire des comtés de Flandre et du Hainaut qui a pourvu ces territoires d’une culture commune. Puis, l’auteur passe au XIXe siècle, l’époque de l’immigration massive, provoquée par la démographie galopante de la Belgique. Vers 1885, on estime le nombre des Belges immigrés dans le Nord à 320.000 environ, compte non tenu des 50.000 saisonniers annuels. Cette main-d’œuvre belge a été déterminante pour l’essor des villes textiles, telles que Tourcoing, Roubaix et Lille, mais aussi pour l’agriculture. N’empêche que les nordistes ont souvent rechigné devant cet afflux d’étrangers, prêts à travailler pour des salaires inférieurs, ou à remplacer des grévistes dans les mines… Ces tensions, on les écoute dans des surnoms moqueurs tels que « Flaminques » ou « pot’burre ». Mais parfois, on déplorait des heurts violents comme les incidents de Lens en octobre 1892.

L’auteur passe en revue un certain nombre de thèmes : le logement des immigrés dans des courées ou des corons, la contrebande, la protection sociale quasi inexistante, le rôle du clergé flamand et des associations culturelles et sportives. Une introduction joliment illustrée à l’histoire partagée d’une région appelée maintenant à un avenir européen.


Dans les annales De Franse Nederlanden-Les Pays-Bas Français de 2009 E. Declercq, M. Depaepe, L. D’Hulst, W. Kusters, S. Vanden Borre et T. Verschaffel ont publié un article sur la migration belge vers le nord de la France (1850-1914).

Jean-Pierre POPELIER, Belges et Français du Nord. Une histoire partagée.- Lille : La Voix du Nord, 2009. - 51 p. – (Coll. Les patrimoines) - ISBN 978-2-84393-134-5 (Texte : Vic Nachtergaele) 

De auteur Jean-Pierre Popelier, Fransman van Oost-Vlaamse afkomst, vertelt in een vijftigtal bladzijden de geschiedenis van de Belgische immigratie in “le Nord”. Hij toont vooreerst hoe de gemeenschappelijke geschiedenis van de graafschappen Vlaanderen en Henegouwen een gemeenschappelijke cultuur heeft voortgebracht. Dan gaat hij in op de massale immigratie vanuit België tijdens de 19e eeuw, als gevolg van de hoge geboortecijfers. Rond 1885 telde men zowat 320.000 Belgen in de Franse regio, de jaarlijkse 50.000 seizoenarbeiders niet meegerekend. Deze arbeiders hebben in belangrijke mate bijgedragen tot de bloei van textielsteden als Roubaix, Tourcoing en Rijsel, maar ook tot die van de landbouw en de mijnen. De Franse arbeiders waren echter niet altijd opgezet met de Vlaamse collega’s die bereid waren te werken aan een lager loon. Die spanning horen we in spotnamen als “Flaminques” of “pot’burre”, maar soms kwam het ook tot handgemeen, zoals bij de incidenten in Lens in oktober 1892.

De auteur behandelt een aantal thema’s zoals het logement van de immigranten, de smokkel, het gebrek aan sociale ondersteuning, de rol van de Vlaamse pastoors en van de culturele en sportieve instellingen. Een fraai geïllustreerde inleiding op de geschiedenis van een regio die vandaag resoluut kiest voor een Europese toekomst.


In het jaarboek De Franse Nederlanden-Les Pays-Bas Français van 2009 hebben E. Declercq, M. Depaepe, L. D’Hulst, W. Kusters, S. Vanden Borre en T. Verschaffel een artikel gepubliceerd over de Belgische migratie naar Noord-Frankrijk (1850-1914).

 
Jean-Pierre POPELIER, Belges et Français du Nord. Une histoire partagée.- Lille : La Voix du Nord, 2009. - 51 p. – (Coll. Les patrimoines) - ISBN 978-2-84393-134-5 (Tekst : Vic Nachtergaele)

Gelukkig Nieuwjaar - Bonne Année

by dfnlpbf 5. januari 2010 11:34
Vandaag ontvingen we op de redactie van Ons Erfdeel een klein boekje, Wintertijd in Frans-Vlaanderen. Dit boekje is een mooi nieuwjaarsgeschenk van Wido Bourel, een Frans-Vlaming uit Kaaster (Caëstre), die Nederlands gestudeerd heeft en in Vlaanderen is blijven wonen en hier carrière heeft gemaakt in een postorderbedrijf. Wintertijd in Frans-Vlaanderen bevat herinneringen van de auteur aan zijn grootouders bij wie als kind graag de Nieuwjaarstijd doorbracht. Hij heeft het over gebruiken op het Frans-Vlaamse platteland en heeft ook veel aandacht voor het taalgebruik. Hij verklapt zelfs het recept van zijn grootmoeder van “Stryntjes”, de typische harde wafeltjes die enkel met Nieuwjaar gebakken werden.  

Heeft u overigens op nieuwjaarsdag gekeken naar het traditionele nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker? Voor de tweede keer werd dit concert geleid door George Prêtre. Deze dirigent werd in 1924 in het Noord-Franse Waziers geboren en kreeg zijn eerste muzieklessen aan het conservatorium van Dowaai (Douai). Prêtre, die de lievelingsdirigent van Maria Callas was, werd in november nog feestelijk in zijn geboortedorp ontvangen.

La rédaction de Ons Erfdeel a reçu aujourd’hui un petit livre intitulé Wintertijd in Frans-Vlaanderen (L’hiver en Flandre française). Cet ouvrage est un joli cadeau de Nouvel An que nous fait Wido Bourel, un Flamand français de Caëstre, qui a étudié le néerlandais, est resté habiter en Flandre belge et y a fait carrière dans une entreprise de vente à distance. Wintertijd in Frans-Vlaanderen renferme des souvenirs de l’auteur concernant ses grands-parents, chez lesquels il aimait passer le Nouvel An. Il évoque les coutumes de la campagne flamande de France et marque un grand intérêt pour les usages linguistiques. Il donne même la recette de sa grand-mère pour les stryntjes, ces gaufres dures fourrées du Nord qu’on ne confectionne que pour la nouvelle année.  

Avez-vous par ailleurs écouté cette année le traditionnel concert du Nouvel An, donné par l’Orchestre philharmonique de Vienne et retransmis à la télévision ? Pour la deuxième fois, ce concert a été dirigé par George Prêtre. Ce chef d’orchestre est né en 1924 à Waziers (Nord) et a commencé ses études musicales au conservatoire de Douai. Prêtre, qui était le chef préféré de la Callas, a reçu un accueil triomphal dans sa ville natale en décembre dernier.

 

 

2010

by dfnlpbf 31. december 2009 18:13

Tags:

General


De evolutie van de grensarbeid - L’évolution du travail frontalier

by dfnlpbf 17. december 2009 12:26

Op 11 december jl. hielden het grensoverschrijdende netwerk Eureschannel en het Institut National de la Statistique et des Études Économiques (INSEE) samen een studiedag over grensarbeid. Zij presenteerden ook de studie “De grensarbeid neemt toe en diversifieert zich”. Hieruit blijkt dat steeds meer Franse grensarbeiders in België werken. Bijna 20.000 arbeiders uit Nord-Pas-de-Calais werkten in 2006 in België. Het grootste gedeelte daarvan in de provincie Henegouwen, maar toch ook bijna 6.400 van hen in West-Vlaanderen. Het zijn voornamelijk mannelijke industriearbeiders (slechts 23% zijn vrouwen), toch stelt men vast dat ook het aantal kaderleden toeneemt. Een opvallende constatering in de studie is dat taal maar een beperkte rol speelt in de keuze. De belangrijkste motivatie om naar België te komen werken is nog altijd van financiële aard. Fransen blijven een belangrijk fiscaal voordeel behouden als ze in België komen werken, want zij betalen belastingen in hun eigen land waar de fiscale druk minder hoog is.

De nieuwe overeenkomst die de Belgische en de Franse regering op dit vlak hebben gesloten, en die op 24 november jl. door het Franse parlement werd goedgekeurd, zal hierin wellicht enige verandering brengen. In grote trekken houdt deze “avenant” in dat het voordelige statuut voor de Franse grensarbeiders ongewijzigd blijft tot eind 2011. Als de Franse grensarbeider op 31 december 2011 al dat statuut bezit dan kan hij dat zelf nog gedurende 22 jaar behouden. Belgen die in Frankrijk werken zullen volgens de nieuwe avenant vanaf binnenkort in Frankrijk belast worden. Bij  West-Vlaamse ondernemingen  bestaat de vrees dat het door de nieuwe regelingen voor hen moeilijker zal worden om Franse arbeiders aan te trekken.  

Voor meer info : info@eureschannel.org  

Le 11 décembre dernier,  le réseau transfrontalier Eureschannel et l’Institut National de la Statistique et des Études Économiques (INSEE) ont organisé une conférence commune sur le travail transfrontalier. Ils ont également présenté l’étude « L’emploi transfrontalier vers la Belgique progresse et se diversifie ». Il ressort de cette publication qu’un nombre croissant de frontaliers français travaillent en Belgique. Près de 20.000 habitants du Nord-Pas-de-Calais ont  travaillé du côté belge en 2006 : la majorité dans la province de Hainaut, mais 6.400 d’entre eux tout de même en Flandre-Occidentale. Il s’agit pour la plupart d’ouvriers de l’industrie (seulement 23 % sont des femmes), mais on observe une nette progression du nombre de cadres. Il est frappant de voir dans cette étude que la langue joue un rôle mineur dans le choix de la zone d’emploi. La principale motivation pour venir travailler en Belgique demeure l’aspect financier. Les Français étaient jusqu’ici fiscalement avantagés quand ils venaient travailler en Belgique, dans la mesure où l’impôt sur le revenu est moins élevé en France.

Le nouvel avenant à la « convention entre la France et La Belgique tendant à éviter les doubles impositions et à établir des règles d'assistance réciproque en matière d'impôts sur les revenus », ratifié le 24 novembre 2004 dernier par le Parlement français, changera sans doute la donne. Dans son principe, cet avenant prévoit que le statut fiscal avantageux dont bénéficient les travailleurs frontaliers français est maintenu jusqu’à la fin de l’année 2011. Si les frontaliers français jouissent de ce statut au 31 décembre 2011, ils le conservent encore pendant 22 ans. Les Belges travaillant en France seront prochainement imposés en France, conformément aux dispositions du nouvel avenant. Les entreprises ouest-flamandes craignent que ces nouvelles dispositions les rendent moins attrayantes aux yeux des frontaliers français.

Pour plus d’info : info@eureschannel.org

De Franse Nederlanden / Les Pays-Bas Français

Het jaarboek De Franse Nederlanden - Les Pays-Bas Français, opgericht door Jozef Deleu in 1976, wordt uitgegeven door de Vlaams-Nederlandse vereniging Ons Erfdeel vzw. Dit jaarboek is een tweetalige uitgave over Noord-Frankrijk en zijn betrekkingen met het Nederlandse taalgebied op sociaal, cultureel, artistiek, politiek en algemeen-maatschappelijk gebied. Er wordt aandacht besteed aan historische onderwerpen, maar ook de actualiteit wordt op de voet gevolgd. Wie op de hoogte wil blijven van de actuele evolutie in de grensoverschrijdende betrekkingen tussen Vlaanderen en Noord-Frankrijk zal in dit jaarboek zijn gading vinden. Wetenschappelijke bijdragen staan broederlijk naast meer journalistieke stukken.
Dit jaarboek draagt in niet geringe mate bij tot de beeldvorming over het vier miljoen inwoners tellende gebied in het noorden van Frankrijk.

Les annales De Franse Nederlanden-Les Pays-Bas Français, fondées par Jozef Deleu en 1976, sont éditées par l'association flamando-néerlandaise "Ons Erfdeel vzw". Ces annales se proposent de fournir une information sur tous les aspects des Pays-Bas français et de leurs relations avec la Flandre et les Pays-Bas.
Après plus de 30 années, l'objectif est resté fondamentalement inchangé si ce n'est que les annales ont évolué avec leur temps. Á coté des articles scientifiques, la revue a de plus en plus ouvert ses colonnes à des collaborations de style journalistique et du genre essai. Son concept culturel s'est également élargi. En fait, elle offre désormais un reflet de toutes les composantes de la vie artistique, culturelle, socioéconomique et politique du nord de la France.

Bibliografie - Bibliographie

Deze bibliografie wil de lezer inlichten over interessante publicaties, die op een of andere wijze betrekking hebben op de Franse Nederlanden.

L’objectif de cette bibliographie est d’informer le lecteur des publications se rapportant de quelque manière que ce soit aux Pays-Bas français.